| |
| |
Boswachter Dirk koestert zijn bossen. Hij beheert en
onderhoudt daarom zijn bossen duurzaam. Hij streeft naar
een gemengd en structuurrijk bos, dus alles bestaat uit
inheemse soorten (betekent van nature in het gebied
voorkomend). Dit gewenste bos bestaat uit verschillende
soorten bomen, struiken en kruidachtige planten. Ook
staan en liggen er dode bomen.
|
 |
In een dergelijk bos is het fijn vertoeven, leven
diverse planten en dieren en is er voldoende
bosverjonging zodat ook de
volgende generaties boswachters van het bos kunnen
blijven genieten.
Het overgrote deel van het Nederlandse bos (60%)
bestaat uit naaldbomen, waarvan de fijnspar, lariks,
grove den, douglas de meest voorkomende zijn. Ongeveer
een derde van de bosoppervlakte is gemengd bos.
Het
restant bestaat uit loofbomen. Dit is de eik, beuk, berk
en populier. Sommige bossen zijn heel dicht en donker en
er groeit vrijwel niets onder, terwijl andere bossen
veel lichter en opener zijn en een weelderige ondergroei
hebben, Dirk de boswachter streeft toch meer naar een
wat open bos structuur. |
 |
|
|
Dat heeft deels te maken met de
groeiplaats, vegetatie, de leeftijd van het bos en met het gevoerde
beheer, maar ook met de boomsoort. Het Nederlandse bos
bestaat natuurlijk niet alleen uit één soortige bossen,
maar is vaak ook gemengd met meerdere boomsoorten door
elkaar. |
|
|
| |
Klik op onderstaande
bos percelen om te zien hoe Dirk de Boswachter zijn diverse
bossen beheert
|
| |
|
|
|